Bekwame, welgestelde zakenman en liberaal gemeentebestuurder in de eerste helft van de twintigste eeuw. Na advocaat en bankdirecteur te zijn geweest wethouder van volkshuisvesting van Den Haag. In die functie maakte hij zich onder meer sterk voor aanleg van het Zuiderpark. Werd in 1925 Tweede Kamerlid en in 1928 volgde hij de plotseling overleden Wytema op als burgemeester van Rotterdam. Zat later ook drie jaar in de Eerste Kamer. Zowel in Den Haag als Rotterdam door politieke tegenstanders zeer gerespecteerd. Als VNG-voorzitter krachtig strijder voor gemeentelijke autonomie. Voetballiefhebber en oud-bondsbestuurder: in 1937 verrichtte hij de opening van het Feyenoord-station.