Te hoge reactiesnelheid

Hoe zinvol is het te reageren op nieuws waarvan je eigenlijk het fijne niet weet? Die vraag stelde ik mijzelf, toen (ook) ik in eerste instantie met enige instemming afwijzende reacties las op het voornemen van minister Rianne Letschert om promoveren aan Hogescholen mogelijk te maken. Wat is dit nu weer, dacht ik? Zijn er in het onderwijs geen grotere problemen? In de sociale media volgden al snel sterk afkeurende reacties. Voor de duidelijkheid: ik zag daar zelf van af.

Waar gaat het om? Eind maart lanceerde minister Letschert een internetconsultatie over een wetsvoorstel. Kern is dat het behalen van een doctorstitel na een promotietraject niet langer zal zijn voorbehouden aan universitair opgeleide onderzoekers. De titel doctor moet ook aan HBO-instellingen kunnen worden behaald. De minister motiveert dat met het grotere belang van praktijkgericht onderzoek, waarmee allerlei maatschappelijke problemen beter kunnen worden opgelost. Praktijkgericht betekent dat oplossingen sneller direct toepasbaar kunnen zijn. Denk aan toepassingen voor de energietransitie. Om dat te bevorderen moeten er twee nieuwe wettelijk erkende graden komen.

Het gaat om de titel Professional Doctor (PD) en de aan universiteiten te behalen graad Engineering Doctor (EngD). Die tweede vorm bestaat al wel als opleiding, maar daaraan is nog geen graad verbonden. Om die graden in te voeren is wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek nodig. Burgers en instellingen hebben via een internetconsultatie tot 8 mei de mogelijkheid om commentaar te geven.

Het voorstel kwam niet uit de lucht vallen. Het Rathenau Instituut, maar ook de Vereniging Hogescholen bepleitten al langer de nieuwe titels. In 2023 begon een pilot, er lag een positief advies1) en minister Eppo Bruins (NSC) was positief.2) Het past bij de in het regeerakkoord opgenomen ambitie om onderzoek en vernieuwing te stimuleren.

In de social media kwamen, zoals gemeld, vrijwel direct uitsluitend negatieve reacties. De nieuwe titels zouden te 'eenvoudig' te verkrijgen zijn, maar ook: 'Wat een achterlijk idee. We hebben niet meer doctors nodig, maar meer loodgieters', 'iedereen moet bij geboorte maar een titel krijgen', 'er is geen enkel argument om die titels in te voeren'. 

Knap dat je - zonder het voorstel terdege te hebben kunnen bestuderen - al direct tot een oordeel kunt komen, dacht ik toen. De motieven om de nieuwe titels in te voeren, lijken mij plausibel. Maar het argument dat nieuwe titels mogelijk afbreuk doen aan bestaande moet zeker in overweging worden genomen. Wat dat laatste betreft kan wel enigszins relativerend worden verwezen naar de in de jaren zeventig ingevoerde titel 'ing.', naast de bestaande academische 'Ir.' Ik geloof niet dat die titel daardoor minder waard is geworden. Maar bij de doctorstitel is dat misschien wel zo.

Reacties kwamen niet alleen van 'reaguurders', maar ook uit serieuzere hoek. Oud-minister en huidig Kamerlid Mona Keijzer reageerde met: 'Mijn broer is doctor in de stucwerkalisme en de historie van plamuroïde.' (je zou het grappig kunnen noemen, maar gemist hebben dat haar collega Bruins het voorstel in 2024 had omarmd, maakte het vooral erg dom). 

Aan mogelijke indiening van het wetsvoorstel ging al advisering vooraf en tijdens het proces van parlementaire behandeling is er nog volop gelegenheid voor burgers en maatschappelijke organisaties om commentaar te leveren, maar dat kan nu dus al. In de internetconsultatie zijn al enkele serieuze reacties te vinden, zoals de vraag of promoties en (technische) doctoraatstrajecten wel goed zijn te vergelijken.

Gelukkig - zo zou je kunnen zeggen - bepalen 'reacties' niet de uiteindelijke keuze. Ook niet van wie via social media reageerden. Het zijn uiteindelijk de leden van beide Kamers die moeten oordelen over het door de minister te verdedigen wetsvoorstel. Wat de impact is van de internetconsultatie hangt af van de kwaliteit van de inbreng. Tegen de mogelijkheid om serieuze argumenten voor of tegen een bepaald voorstel in te brengen, is op zichzelf niets mis. Maar voor reacties op social media geldt dat ze geen feitelijke betekenis hebben. Ze dragen wel bij aan ongefundeerde negatieve beeldvorming.

Natuurlijk mag iedereen over van alles en nog wat op social media reageren, maar het is de vraag of überhaupt enige waarde moet worden gehecht aan dit soort 'uit de heup' gegeven commentaar. Reacties op zaken waarvan de meesten achtergrond noch strekking kennen. Voor politici geldt nog sterker dat bij het geven van commentaar of oordelen terughoudendheid en 'tot tien tellen' verstandig is (denk aan de kwestie-Douwe Bob-Yesilgöz).

Maar eigenlijk geldt dat voor ons allemaal. Een zaak ligt soms anders dan op het eerste gezicht lijkt. Daarvan is dit voorstel een mooi voorbeeld.

Columns


1) Rapport De Staat van de PD 2024

2) Het voorstel werd in oktober 2024 gelanceerd door minister Eppo Bruins.