Lange, statige burgervader en CHU-senator. Afkomstig uit een Gorkumse bankiersfamilie. Werd in 1910 burgemeester van Leiden. Oud-Hollandse regent, die in de sleutelstad echter populair was vanwege zijn persoonlijke innemendheid en onpartijdigheid. Na zijn overlijden werd hij omschreven als 'een waar burgervader, die de algemene achting van de bevolking genoot'. Wist het financiële beheer van de gemeente aanzienlijk te verbeteren. Was vierentwintig jaar Eerste Kamerlid en hield zich in de Senaat met uiteenlopende onderwerpen bezig.