Uiterst conservatief politicus uit de periode vóór 1848. Vervulde belangrijke rechterlijke functies, zoals vicepresident van het Gerechtshof in Zuid-Holland. Werd als Tweede Kamerlid in 1831 met anderen door de koning belast met de voorbereiding van een grondwetsherziening om de Belgische opstandelingen de wind uit de zeilen te nemen. Als minister van Justitie krachtig bestrijder van de liberale voorstellen tot grondwetsherziening. In 1848 trad hij dan ook af toen de koning in één dag van uiterst conservatief uiterst liberaal was geworden. Welsprekend jurist.