Op 20 januari 2026 splitsten zeven fractieleden zich af van de PVV. De groep bestond uit Annelotte Lammers, Nicole Moinat, Shanna Schilder, René Claassen, Hidde Heutink, Tamara ten Hove en Gidi Markuszower. Zij gingen verder in de Groep-Markuszower en behielden hun zetels. De Tweede Kamerfractie van de PVV ging daardoor van 26 naar 19 leden. Wilders stelde dat de beslissing van de dissidenten voor hem als verrassing kwam.
In een brandbrief uitte de groep kritiek, die ging om vier punten. Het eerste punt was gericht tot partijleider Geert Wilders. De opgestapte PVV'ers verweten Geert Wilders dat hij een slechte verkiezingscampagne had gevoerd. Ze hielden hem verantwoordelijk voor de verkiezingsresultaten en wilden een onafhankelijke evaluatie van het verkiezingsresultaat. Ten tweede wilde de groep meer samenwerking met andere partijen in het parlement. Zo wilde de Groep-Markuszower wel in gesprek met de destijds formerende partijen (D66, CDA, VVD). Ten derde wensten ze dat de partij zich op meer thema's dan asielmigratie en Islam profileerde. Als laatste eiste de groep interne democratie. Dit was opvallend omdat de PVV op dat moment bekend stond de enige partij zonder leden te zijn.
Meer over