Koopman en bestuurder uit Edam, die in 1840 tot buitengewoon lid van de Dubbele Tweede Kamer werd gekozen om onder meer te beslissen over de (grondwettelijke) splitsing van Holland. Hield een rede tegen die splitsing, maar stemde wel voor het betreffende Grondwetsvoorstel. Was net als zijn vader burgemeester van Edam. Zat na 1846 tien jaar in het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.