Geen tijd meer voor een kermiskabinet

7 maart 2025, column J.Th.J. van den Berg

Dat er veel in de wereld op het spel staat, zelfs de vraag naar oorlog of vrede, is duidelijk. Het optreden van president Trump – daarbij gesecondeerd door zijn vicepresident Vance – bedreigt het voortbestaan van de NAVO en daarmee de samenwerking van de democratieën aan weerszijden van de Atlantische Oceaan. Maar, ook de positie en samenhang van de Europese Unie is daarmee in gevaar geraakt. Om over regering en volk van Oekraïne, aangevallen door het Russische regime, maar niet te spreken.

Daarmee is ook de veiligheid van Nederland, zo afhankelijk van internationale machtsverhoudingen, in het geding. Ons land heeft dus bij uitstek behoefte aan een regering die gezag heeft in het binnenland en uiterste alertheid weet op te brengen voor al wat er internationaal op ons afkomt. Oud-premier Mark Rutte heeft laten zien waartoe Nederland in de wereld in staat is, als het innerlijk stabiel is en internationaal ervaring kan opbouwen.

Helaas, in plaats van een regering die gezag heeft en vertrouwen weet te wekken in binnen- en buitenland moeten wij het doen met een ‘kermiskabinet’, dat in botsautootjes op elkaar afrijdt zonder op enig belangrijk terrein tot resultaat te komen. In de coalitie heerst voornamelijk diepe verdeeldheid over bijna alles, of dat nu de arbeids- en asielmigratie betreft, of het klimaatbeleid dan wel de verlossing van het stikstofprobleem. Het financiële beheer is tijdens de kabinetsformatie niet geregeld; dat moet nu in het kader van de Voorjaarsnota, die dus ook al een bron van grote onenigheid is. Dat, met een minister van Financiën die een bekwame maar ook dogmatische VVD-man op zijn terrein is, in tegenstelling tot de collega’s van de andere coalitiepartijen.

Ook over de plaats van Nederland op het Europese en wereldtoneel is de coalitie het fundamenteel oneens. Daar waren in het regeerakkoord afspraken over gemaakt, maar die blijken niet te werken. Over de zgn. ‘Basislijn’ van de coalitie en haar houding tegenover de democratische rechtsorde bestonden glasheldere afspraken, maar die worden dagelijks geschonden, zoals collega-columnist Van den Braak1) al heeft laten zien.

Als het bij verdeeldheid was gebleven, was de situatie al ernstig genoeg geweest, maar dat is nog maar een deel van het verdriet. Elk kabinet heeft sterke en zwakke ministers en daar valt tot op zekere hoogte mee te leven, zeker in ons land waar vervanging van bewindslieden onevenredig moeilijk is. Maar, dit kabinet wordt geteisterd door een aantal ministers die tegen de meest elementaire eisen van hun ambt niet zijn opgewassen en dus van het regeren een beschamende en onthutsende vertoning weten te maken. Kiesheidshalve zal ik hier geen namen noemen, want eigenlijk weet elke lezer aanstonds wie ik bedoel.

Ten slotte wordt het kabinet voorgezeten door een premier die geen enkele band heeft met een van de coalitiepartijen en die per probleem voor zijn behoud afhankelijk is van de meest onverdraagzame partner in de coalitie. Juist minister-president Dick Schoof, ongetwijfeld van goede wil, laat zien dat de Nederlandse premier al lang geen ‘primus inter pares’ meer is, zoals door sommigen nog steeds wordt beweerd. Van hem wordt verwacht dat hij aan het kabinet leiding geeft en het in binnen- en buitenland zichtbaar representeert en dus ‘regeringsleider’ is. Maar, met een coalitie als deze krijgt hij nauwelijks de kans primus inter pares te zijn, laat staan regeringsleider.

Hoogste tijd dus om aan dit kermiskabinet een einde te maken. Grondwet noch staatsrechtelijke conventie dwingen ertoe eerst verkiezingen te houden, voordat een nieuw kabinet wordt gevormd. Verkiezingsstrijd zou de aandacht afleiden van waar het nu om gaat en zou voor de oplossing van een aantal grote vragen alleen maar tijdverlies betekenen. De urgentie van de internationale toestand vraagt immers om de spoedige totstandkoming van een alternatieve coalitie. Die dient te zijn samengesteld uit alle constructief democratische krachten en zij dient, voor de beperkte tijd tot de verkiezingen van 2028, ons land met vereist gezag in de wereld te representeren.

Ons land dient ten slotte met de grootste spoed te ontkomen aan de kritiek en minachting die Friedrich Engels, kompaan van Karl Marx, op de opkomende democratie leverde: "Denn was jeder einzelne will, wird von jedem anderen verhindert, und was herauskommt, ist etwas, das keiner gewollt hat.".




Andere recente columns